Actueel

 

 

    Kunst in het Theehuis
Eppe Okken
7 juli t/m 3 oktober 2017

 

 

Boek / pers

 

 

Reeën en Bloemen op Selwerderhof

 

 

 

 

 

 

Openingstijden - zomer Theehuis:
 10.30 - 17.00 uur
Begraafplaats:
9.00-18.00 uur

 

Openingstijden - winter
Theehuis: 
10.30 - 15.30 uur

Begraafplaats:
9.00-18.00 uur

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijgewerkt: 26.09.2017

 

 

 

 

 

Historie Theehuis Selwerderhof II.

 

Ontstaan begraafplaats Selwerderhof

In 1931 besloot B&W van Groningen een nieuwe begraafplaats aan te gaan leggen, omdat de bestaande begraafplaatsen Esserveld, Noorderbegraafplaats en Zuiderbegraafplaats binnen enkele jaren geheel bezet zouden zijn. De keuze viel op een gebied ten noorden van de stad, tussen de Winsumerstraatweg en de Paddepoelsterweg. Het aankopen en de onteigenen van die grond duurde tot 1940.

De gemeente Groningen stelde in juli 1940, voor de aanleg van deze Centrale Begraafplaats,een bedrag van twee miljoen gulden beschikbaar. In augustus 1941, nadat ontwerper en aannemer H. Copijn & Zn. uit Maartensdijk onder zeer moeilijke omstandigheden de eerste fase had afgerond: de aanleg van een vijver, grachten en het dijkwerk, kwamen de werkzaamheden bijna stil te leggen. Diverse problemen waren daarvan de oorzaak, onder anderen gebrek aan brandstof en materieel.

In augustus 1942 werden de werkzaamheden, op order van de Duitsers, helemaal stilgelegd. Er was gebrek aan brandstof voor de schepen die het zand, afkomstig uit het Foxholstermeer, naar de begraafplaats moesten vervoeren. Pas eind 1947 kon het werk weer worden opgepakt.

 

Ontwerp Selwerderhof

De tuinarchitect Jan Vroom uit Glimmen zorgde voor het ontwerp en de uitvoering van de Centrale Begraafplaats. De grond bleek gemiddeld 50 cm onder de waterspiegel te liggen en moest worden opgehoogd. Bovendien was de aanleg van een drainagesysteem nodig. Door schaarste van brandstof en materieel besloot men eerst alleen het zuidoostelijke gedeelte voor gebruik gereed te maken., het gedeelte waar nu ook het theehuis zich bevindt. Die klus werd geklaard door NV van Hattem en Blankevoort.

Op advies van stadsarchivaris H.P. Coster is de naam Centrale Begraafplaats gewijzigd in Begraafplaats Selwerderhof. Op 15 juli 1949 werd het zuidoostelijke gedeelte geopend door burgemeester Cort van der Linden.

 

Omdat de begraafplaatsen Esserveld, Noorderbegraafplaats en Zuiderbegraafplaats tegen die tijd inmiddels helemaal bezet waren werden noodbegraafplaatsen in gebruik genomen. Ze waren gelegen aan de oostkant van het complex Selwerderhof en aan weerszijden van de Joodse begraafplaats. Ze kregen in 1948 de namen Selwerderhof 1 en Selwerderhof 2.

In 1948 werd besloten tot de bouw van de kleine aula. Het ontwerp is van de gemeentearchitect J.H.M. Wilhelm. De totale bouwsom bedroeg in eerste instantie Hfl. 25.500,-

 

Beschrijving van de aula

De plattegrond heeft een vijftienzijdige vorm. De opbouw bestaat uit slanke holle kolommen (zuilen) van gewapend beton. De tussenliggende vlakken zijn opgevuld met Limburgse steen in sierverband. De wanden tussen de kolommen zijn aan de voorzijde voorzien van rechthoekige stalen ramen. Aan de achterzijde bevat het gebouwtje een hoekige uitbouw, die als opbaarruimte diende. De dienstingang in de opbaarruimte bestaat uit een dubbele stalen deur met ruiten. Aan weerszijden van de uitbouw treft u twee openbare toiletten aan.

Aan de voorzijde is een driehoekig portiek met twee vrijstaande betonnen kolommen. De ingang heeft een dubbele stalen deur. Het gebouw is afgedekt met een betonplaat met overstek, die in het midden een vijfhoekig betonraam met glazen bouwstenen laat zien dat als lantaarn fungeert.

Het vijfhoekig betonraam (vijfhoek=pentagram) zou symbolisch kunnen verwijzen naar het loslaten van materiƫle, aardse zaken. De vijftienzijdige plattegrond is naar alle waarschijnlijkheid hiervan afgeleid. De symboliek vindt u ook terug in een deel van het meubilair en in de stenen vloer.

 

Aula wordt opslagplaats

Omstreeks oktober 1950 nam men de kleine aula in gebruik. Al gauw werd duidelijk dat dit gebouwtje veel te weinig ruimte bood. Men besloot een nieuwe, grotere aula te bouwen; die was uiteindelijk pas in 1964 het klaar. Het ontwerp van de grote aula was eveneens van gemeentearchitect J.H.M. Wilhelm. In 1964 kwam de kleine aula dus leeg te staan. Van dat jaar tot halverwege 2002 is het gebouwtje als opbergruimte gebruikt voor de tuinlieden.Tuinmaterialen en werktuigen zijn meer dan veertig jaar in deze kleine aula opgeslagen.

 

Ontstaan van het theehuis

In een brief van 18 december 2000, gericht aan de toenmalige beheerder van de begraafplaats Jan Hofman, opperde uitvaartverzorgster Nellian Dijkema het plan om de voormalige kleine aula te gebruiken als een koffie- en theehuis. 'Een bakje troost' voor de bezoekers van de begraafplaats.

De gemeente stond positief ten opzichte van dit plan.

Er werd een stichting zonder winstoogmerk opgericht, die de naam Accolade kreeg. De naam Accolade is gekozen omdat het accoladeteken staat voor verbinding; verbinding tussen leven, dood en samenleving. Verbinding tussen mensen. Bovendien is het ook een omarming na de ridderslag, een warm en menselijk gebaar wanneer iemand een belangrijke overgang maakt.

Met de gemeente werd een gebruikersovereenkomst getekend en de architecten van Artes konden aan de slag. De exploitatie is in handen van stichting Accolade; het theehuis draait dank zij de medewerking van ongeveer 40 vrijwilligers.

 

Op 15 mei 2003 werd het theehuis officieel geopend door wethouder Paas van de Gemeente Groningen.

 

Bronnen:

Groninger Archieven, Rapport Rita Overbeek, Jan Hofman, gemeente en Selwerderhof, H.P. Braam, medewerker Selwerderhof.

Uitgezocht en bewerkt door Els de Lange, St. Accolade.

Tekstredactie: Paulien Andriessen, St. Accolade

 

^_top

 

aanleg

 

 

 


Verbouwing Theehuis